Eva

Beeld van Eva in de Bijbelse Tuin in Hoofddorp

Omgeven door appelbomen staat ze daar Eva: jong, mooi en onschuldig. Ze kijkt naar de appel in haar hand.

Eva is onlosmakelijk verbonden met het paradijs, de ideale tuin van Eden, die ze moest verlaten omdat ze zich liet verleiden door de slang. De slang zet haar aan te doen wat niet mocht n.l. eten van de verboden vrucht. Eva deelt de vrucht met Adam. Samen eten ze ervan, samen gaan ze als mensen van alle tijden de grens over tussen goed en kwaad. Dat heeft consequenties. Eva en Adam verliezen hun naakte onschuld. Ze zullen voortaan kleren dragen. Ze worden weggestuurd uit het paradijs om de aarde te bewerken. De tuin van Eden wordt niet omgeploegd, maar blijft in al haar glorie bestaan. Er blijft dus altijd zicht op een tijd waarop de aarde weer paradijs zal zijn.

De naam Eva is afgeleid van het Hebreeuwse woord Chawa, dat leven betekent. Adam- zijn naam komt van Adama, dat ‘grond’ betekent- koos deze naam voor zijn vrouw: Eva, moeder van alle levenden.

En de HEER God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens. 23Toen zei de mens:
‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente
en vlees van mijn vlees!
Mannin zal zij heten,
want uit een man is zij genomen.’

Genesis 2, 22